informatie over zijde...
 

Zijde is een natuurlijke eiwitsubstantie die wordt afgescheiden door bepaalde insecten en stolt bij contact met de lucht. Het meest bekend voor haar productie is de zijderups, die behoort tot de orde van de schubvleugeligen. Maar er zijn ook bepaalde spinnen die geschikt zijn voor zijdeteelt. Rupsen gebruiken zijde voor hun cocon en spinnen voor hun web.
De rups spint een cocon om daarin in alle rust vlinder te worden. Maar een gekweekte rups zal geen vlinder worden omdat die voortijdig wordt gedood zodat de mens de cocon zonder onderbrekingen kan afwikkelen en de draad kan gebruiken. Bij wilde zijde daarentegen worden de cocons van uitgevlogen vlinders gebruikt als grondstof. Dit is de meest milieu- én diervriendelijke zijde.
Chemisch gezien lijkt zijde sterk op wol. Beide bestaan hoofdzakelijk uit eiwitten, maar in tegenstelling tot wol zijn zijdegaren glad (het heeft geen kroezing) en hebben ze geen geschubde structuur, waardoor het fraai glanst en veel is veel fijner en gladder is. Het zijdedraad is het fijnste van alle natuurlijke vezels.
Zijde beschikt over een groot aantal gebruiksvriendelijke eigenschappen en leent zich voor diverse toepassingen.
Zijde is zowel sterk als elastisch. Je kunt een draad wel met een vijfde van de oorspronkelijke lengte uitrekken voor het breekt. Zijde laadt zich nauwelijks statisch op en schijnt, volgens antroposofische inzichten, een beschermende werking te bezitten tegen aardstralen. Zijde, en met name wildzijde, kan veel vocht opnemen (tot 40%) zonder dat de stof vochtig aanvoelt. Het beschikt tevens over iso-thermische eigenschappen waardoor het bij warm weer koel aanvoelt en bij koud weer juist behaaglijk warm. Zijde is daarom populair als basismateriaal voor sport- en vrijetijdskleding. Verder is zijde weinig gevoelig voor schimmels en motten. Een nadeel van deze stof is dat het bij hoge temperaturen en onder invloed van zonlicht snel verkleurd.
Er worden verschillende soorten zijde verhandeld. De Bombyx Mori rups wordt het meeste gebruikt omdat ze een cocon spint van een extra lange draad. Haspelzijde wordt gemaakt van de lange draden uit het middelste gedeelte van de cocon van de Bombyx Mori rups. De totale lengte van de draad kan variëren van 2500 tot 3500 meter. Alleen de middelste draad van zo'n 1000 tot 1500 meter, kan in een lengte van de cocon worden afgewikkeld. Van de kortere draden uit het binnenste en buitenste gedeelte van de cocon wordt de zogenaamde Chappezijde gemaakt. Bourettezijde wordt gemaakt van de afvalresten van de cocon. Deze zijde glanst nauwelijks.
Voordat de zijde wordt geweven, wordt eerst de lijmstof uit de zijde gekookt. Dit proces wordt ontbasten genoemd. Het gewicht van de zijde neemt hierdoor sterk af. Om dit effect tegen te gaan wordt de zijde soms verzwaard. Deze zijde, ook wel organsozijde genoemd, voelt veel harder aan. Verder is er ' ruwe zijde', die meestal wel is geverfd maar niet is gekookt. Er bestaat diervriendelijke wilde zijde ofwel Tussahzijde, afkomstig van cocons van wilde zijderupsen die reeds als vlinder zijn uitgevlogen. Tussahzijde is doffer dan natuurzijde en laat zich minder gemakkelijk verven.
De cocons van de uitgevlogen vlinders worden in het wild verzameld. De cocon oogt rommelig en bestaat uit korte draden. Het valt dan ook niet op dat de cocon is gebroken. Bij de andere zijdesoorten worden de verpopte rupsen gedood door middel van hete dampen of ondergedompeld in kokend water om te voorkomen dat bij het ontpoppen de draden breken. Hierdoor wordt de lijmstof die de rupsen aanmaken wanneer ze zich inspinnen losgeweekt. De pop wordt hierbij uiteraard gedood.

Tekst: Goede Waar & Co