| |
Wij
hebben de verschillende rassen ondergebracht in:
Downrassen:
kenmerken van downwool is de vezellengte tot 12 cm. De
wol heeft een veerkrachtige handel en crimp. De vezeldikte ligt tussen
de 23 en 40 micron. De vezels zijn geblokt en rechthoekig en vormen
een geheel.
Longwoolrassen: deze categorie bevat een grote verscheidenheid
aan woltypes. De wol heeft een grote golf, lange vezels van 10-35 cm
met een dikte tussen de 24-45 micron. Gewoonlijk is de wol zeer glanzend
tot glanzend met uitzondering van de Romney. Wij hebben de Longwools
gesplitst in Longwoolachtig
en Longwool.
Primitieve rassen:
de eigenschappen van primitive wol zijn de vele kleuren en de vezels
die gescheiden zijn zodat water en vuil gemakkelijk afgevoerd kunnen
worden. Ook vilt deze wol gemakkelijk op het schaap. Er zijn 3 types:
een dubbele vacht met een zacht wollen ondervacht en een stugge, sterke
bovenvacht van haar of kemp, deze is gemakkelijk te scheiden; een gemengde
vacht, wol en haar/kemp zijn even lang en worden samen verwerkt; een
pure wolvacht met alleen op de broek wol gemengd met wat haar.
Shetland:
van oorsprong was shetlandwol waarschijnlijk lang met een korte, zachte
ondervacht. Het unieke van Shetlandwol zijn de vele kleuren en de zachtheid
van de wol. De wol is zeer licht en daarom warm bij het dragen.
Merino: waarschijnlijk
het oudste maar in ieder geval het meest voorkomende ras ter wereld.
De wol is fijn en erg vet, tussen de 25-45% van het gehele gewicht.
Onder de Merino wol valt ook de Polwarth, een kruising tussen Lincoln
x Merino en teruggekruist met een Merino ram.
Cecile Sarneel,
ook lid van de wolcommissie van de VSS, bespreekt op haar website iedere
maand de wol van een ras: Schaap
van de Maand. Een must voor iedere spinner
|