| Bij
de alpaca, guanaco en vicufna bestaat de vacht uit twee delen: een relatief
fijne ondervacht met zachte haren en een stuggere bovenvacht, bestaande
uit dekharen. De alpacavacht bestaat uit een enkel vezeltype dat gelijk
is aan de ondervacht van de andere drie soorten. Een belangrijk verschil met de andere hier behandelde soorten is dat het haar van de alpaca continu doorgroeit. De alpaca, vicunaen guanaco verliezen op zijn minst een gedeelte van hun vacht bij het verharen. Dit betekent dat de dieren ieder jaar geschoren moeten worden om te groot verlies van wol te voorkomen. In Zuid-Amerika worden de dieren echter volgens traditie om het jaar geschoren. Cijfers van wolopbrengsten moeten kritisch worden bekeken omdat er vaak geen onderscheid gemaakt wordt tussen het gewicht van de ondervacht en het gewicht van de totale vacht. Productieniveaus uitgedrukt in kilo's moeten als totale vachtgewichten beschouwd worden. Jaaropbrengsten van de onderwol worden gemeten in grammen met waarden van bijvoorbeeld 250 en 150 g voor respectievelijk de guanaco en de vicunla. De wolopbrengst van alpaca's kan sterk variëren. Alpaca's leveren om het jaar 2,5-3 kg vachtwol. In Engeland levert lamawol 20-30.pond per kilo op terwijl alpacawol er ongeveer 100. pond per kilo opbrengt. In tegenstelling tot schapenwol heeft de wol van cameliden voor 80% een holle merg. Deze holte kan totaal leeg zijn of een honingraatachtige structuur bevatten. Zij kan gedeeltelijk of over de gehele lengte van de vezel aanwezig zijn. De holle opbouw van de vezel van de vezel geeft de camelidenwol zijn sterk isolerende waarde en zijn lage gewicht per volume eenheid. |