geschiedenis ...
  Al in het late Bronstijdperk werd neteldoek geweven. Voor een vezel met zo’n lange geschiedenis moet het dan ook nauwelijks verbazing wekken dat het verwerkingsproces doorheen de eeuwen steeds verfijnder werd. Neteldoek werd in elke gewenste textuur geweven, van de meeste grove weefsels, zoals zakkengoed, touwen en zeildoek, tot het meest verfijnde tafellinnen. In Vlaanderen werd niet alleen heel fijn (vlas)linnen geweven, maar in oude Franse teksten werd ook de ‘Neteldoeck (sic) de Flandres’ om zijn hoge kwaliteit geroemd.

Tot ver in de 19de Eeuw hadden netels hun plaats in de textielnijverheid. Er is een tekstfragment bewaard van een man die geïdentificeerd wordt als ‘de dichter Campbell’ (maar waarover verder nauwelijks iets bekend is), en die in ergens in de laatste helft 19de, begin 20ste eeuw schreef:
" In Scotland I have eaten nettles, I have slept in nettle sheets, and dinned off a nettle tablecloth. The young and tender shoots make an exellent potherb. The stalks of the old nettle are as good as flax for making cloth. I have heard my mother say that she thought nettle cloth more durable than any other species of linen."

Maar tegen het einde van de 19de Eeuw verloor netel terrein ten op zichte van vlas en hennep als textielvezel. Dat kwam niet zozeer omdat netel als minderwaardig werd beschouwd, maar omdat brandnetels een rijke bodem nodig hadden om te groeien, en de teelt daardoor duurder uitviel.
Nochtans won neteldoek in de eerste wereldoorlog terug aan populariteit toen de katoenvoorraden slonken. In 1916 werd in Duitsland rond de drieduizend ton brandnetels verzameld om te verwerken tot legeruniformen.

Nu is er weer volop belangstelling voor brandnetelstof, zeker in combinatie met biologische katoen.