| Al
in het late Bronstijdperk werd neteldoek geweven. Voor een vezel met zon
lange geschiedenis moet het dan ook nauwelijks verbazing wekken dat het
verwerkingsproces doorheen de eeuwen steeds verfijnder werd. Neteldoek
werd in elke gewenste textuur geweven, van de meeste grove weefsels, zoals
zakkengoed, touwen en zeildoek, tot het meest verfijnde tafellinnen. In
Vlaanderen werd niet alleen heel fijn (vlas)linnen geweven, maar in oude
Franse teksten werd ook de Neteldoeck (sic) de Flandres om
zijn hoge kwaliteit geroemd.
Tot ver in de 19de
Eeuw hadden netels hun plaats in de textielnijverheid. Er is een tekstfragment
bewaard van een man die geïdentificeerd wordt als de dichter
Campbell (maar waarover verder nauwelijks iets bekend is), en
die in ergens in de laatste helft 19de, begin 20ste eeuw schreef: Maar tegen het einde
van de 19de Eeuw verloor netel terrein ten op zichte van vlas en hennep
als textielvezel. Dat kwam niet zozeer omdat netel als minderwaardig
werd beschouwd, maar omdat brandnetels een rijke bodem nodig hadden
om te groeien, en de teelt daardoor duurder uitviel. Nu is er weer volop belangstelling voor brandnetelstof, zeker in combinatie met biologische katoen. |